‘God zal jullie nooit vergeten.’ Dat zegt paus Leo XIV in een brief aan alle ouderen. De paus heeft de boodschap geschreven bij gelegenheid van de zesde werelddag voor ouderen en grootouders op zondag 26 juli. Hij roept kinderen en kleinkinderen op hun ouders en grootouders te blijven bezoeken. Tegelijk nodigt hij de ouderen uit om over hun eigen roeping na te denken en niet bang te zijn voor kwetsbaarheid. Lees hieronder een werkvertaling van de boodschap van de paus.
Boodschap van Zijne Heiligheid Leo XIV ter gelegenheid van de zesde werelddag voor grootouders en ouderen
Ik zal jullie nooit vergeten (Jes 49:15)
Beste broeders en zusters,
Via de profeet Jesaja belooft de Heer dat Hij niemand van ons ooit zal vergeten. Hij verzekert ons dat Hij onze gezichten in de palmen van Zijn handen heeft gegraveerd (vgl. Jes 49,16) en dat Zijn liefde groter is dan de liefde van een moeder voor haar kind (vgl. Jes 49,15). De profeet geeft ons een glimp van een intieme en intense dialoog waarin God, in vertrouwde bewoordingen, elke persoon afzonderlijk en het volk als geheel aanspreekt. Ook vandaag de dag kunnen we deze woorden lezen alsof ze op ieder van ons betrekking hebben, en kan iedereen horen dat ‘Ik zal je nooit vergeten’ rechtstreeks tot hem of haar wordt gezegd.
Dit zijn woorden die ons met troost en hoop vervullen. Ze zijn het antwoord op een kwellend gevoel dat het hart verontrust: ‘De Heer heeft mij verlaten; mijn Heer is mij vergeten’ (Jes 49,14). Hoe vaak komt het in de Heilige Schrift, vooral in de psalmen, voor dat het gebed voortkomt uit de wanhoop van hen die het gevoel hebben dat hun leven voor niemand van belang is en dat zij verwaarloosd worden? Het pijnlijke gevoel vergeten te zijn, wordt helaas door veel mensen gedeeld, en onder hen bevinden zich heel wat ouderen.
Gods liefde, die niemand vergeet, biedt zichzelf aan als een daad van gerechtigheid en als antwoord op de anonimiteit waarin het menselijk leven maar al te vaak verloren raakt. Met name het leven van veel ouderen lijkt bedekt te zijn met een sluier die de trekken van hun gezicht vervaagt en hen in de vergetelheid hult. Dit is wat er gebeurt in huishoudens waar eenzaamheid heerst, en ook in zorginstellingen waar het risico bestaat dat iemands unieke persoonlijkheid wordt gereduceerd tot een bednummer of een ziekte.
De viering van de Werelddag van Grootouders en Ouderen biedt de gelegenheid om opnieuw te ontdekken dat de Kerk geroepen is om een moeder voor iedereen te zijn, en dat het op elke leeftijd altijd mogelijk is om onszelf te herkennen als zonen en dochters van God. Moge deze dag daarom een inspiratiebron zijn voor iedereen, vooral voor jongeren, om de mooie gewoonte nieuw leven in te blazen om hun grootouders, de oudere familieleden en zelfs degenen die niemand hebben die hen bezoekt, op te zoeken. Breng hen, via deze boodschap en jullie aanwezigheid, de nabijheid en genegenheid van de paus. Zorg ervoor dat de woorden van de profeet: ‘Maar ik zal jullie nooit vergeten’, gestalte krijgen in een tedere en liefdevolle ontmoeting.
‘In een tijdperk dat snelheid en versnippering bevordert, verlangt de mens nog steeds naar zorg en erkenning van aandachtige geesten, vriendelijke woorden en handen die tot tederheid in staat zijn. De digitale cultuur vermenigvuldigt de verbindingen en biedt nieuwe mogelijkheden voor interactie; toch blijft het menselijk hart een onherroepelijke behoefte aan oprechte nabijheid behouden’ (Encycliek Magnifica Humanitas, 239).
De Kerk begrijpt het lijden van haar bejaarde leden; zij weet maar al te goed dat zij maar al te vaak door de bril van stereotypen worden bekeken en als een last worden beschouwd; zij is zich ervan bewust dat een op winst gerichte economie de familiebanden verzwakt; zij weet dat veel bejaarden in de steek worden gelaten door kinderen die gedwongen zijn te emigreren of, in sommige gevallen, in oorlogen te vechten. Om al deze redenen verkondigt ze vol vreugde de belofte van de Heer: ‘Maar Ik zal jullie nooit vergeten!’
Het is een vreugde, op elke leeftijd, maar vooral wanneer we niet meer jong zijn, om te ontdekken, zoals Johannes Paulus I zei, dat we de ontvangers zijn ‘van de onsterfelijke liefde van God. We weten: Hij houdt altijd Zijn ogen op ons gericht, zelfs wanneer het donker lijkt te zijn. Hij is onze vader; meer nog, Hij is onze moeder’ (Angelus, 10 september 1978). Ook al komt het niet vanzelfsprekend voor om zo te denken, de waarheid is dat we zelfs op hoge leeftijd niet ophouden zonen en dochters te zijn; daarom blijft de uitnodiging om terug te keren naar de armen van God – wiens liefde zowel vaderlijk als moederlijk is – op elke leeftijd de moeite waard.
Voor velen vindt de ontdekking van Gods tederheid plaats in de loop van hun leven, soms zelfs in de laatste fase ervan. In tegenstelling tot vroeger komt het inderdaad steeds vaker voor dat men de ouderdom bereikt, zonder ooit een echte geloofservaring te hebben gehad. In dergelijke gevallen kan de ouderdom – te beginnen met de vragen die in deze levensfase met grotere urgentie opkomen – het juiste moment worden om een spiritueel leven te beginnen of weer op te pakken. Op deze nieuwe reis kan men inzien dat God, zoals de heilige Augustinus zegt, ‘een moeder is omdat Hij koestert, omdat Hij voedt, omdat Hij verzorgt, omdat Hij beschermt’ (Commentaar op Psalm 27, II, 18). Het is een besef dat ons helpt ons niet te schamen voor de kwetsbaarheid
Dit besef helpt ons om ons niet te schamen voor de kwetsbaarheid die naar voren komt, en om te begrijpen dat we elkaar altijd nodig hebben en behoefte hebben aan aandacht en zorg. Tot God, die zich tot ons wendt en die we leren herkennen in zijn tederheid, kunnen we ons nu met kinderlijk vertrouwen in gebed wenden. Het is nooit te laat om ons tot Hem te wenden. Dat kan voor iedereen een groot geschenk zijn.
Beste oudere mannen en vrouwen, paus Franciscus sprak over u als een ‘nieuw volk’ (Catechese, 23 februari 2022), aangezien het aantal ouderen in de geschiedenis van de mensheid nog nooit zo groot is geweest. Het is daarom belangrijker dan ooit om samen met u, dit ‘nieuwe volk’, na te denken over wat onze roeping zou kunnen zijn wanneer kwetsbaarheid – de metgezel van de mens vanaf de geboorte – de overhand lijkt te krijgen. Ik wil jullie graag zeggen: wees niet bang voor kwetsbaarheid! Juist deze zwakheid draagt in zich een nieuw potentieel dat ook de andere levensfasen verlicht. Inderdaad, wanneer ‘we onze kwetsbaarheid erkennen, gaan onze harten openstaan voor het ondersteunen van elkaar en voor het aanroepen van Degene die kan schenken wat geen enkele menselijke macht kan waarborgen: de diepe verzoening van de harten en, daarmee, ware vrede’ (Ontmoeting met de Algerijnse gemeenschap, Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Afrika, Algiers, 13 april 2026).
Zo kunnen wij onze ouderdom als christenen beleven: ‘kwetsbaar’ en tegelijkertijd ‘geroepen’. Een man en een vrouw kunnen immers op oudere leeftijd opnieuw geboren worden (vgl. Joh. 3:4-6) en samen met de profeet uitroepen: ‘In terugkeer en rust zult gij gered worden; in stilte en vertrouwen zal uw kracht zijn’ (Jes. 30:15).
Deze kracht kan een uitnodiging worden om niet onze toevlucht te nemen tot de wegen van hoogmoed en macht om het menselijk samenleven te waarborgen, maar tot de wegen van verzoening en ware vrede. In deze tijd, die zo zwaar getekend wordt door het geweld van oorlog en sociale onrust, vragen velen zich af hoe de wereld eruit zal zien waarin hun kleinkinderen zullen opgroeien. Ik dring er bij u op aan, beste vrienden, om samen met mij vurig te bidden dat er spoedig vrede mag komen in de hele wereld.
Beste bejaarde broeders en zusters, ik dank u dat u mij elke dag met uw gebeden ondersteunt, vooral wanneer u de heilige rozenkrans bidt. Ik beantwoord deze dankbaarheid uit de grond van mijn hart en sluit af met dit gebed: moge de Heer ons altijd vernieuwen in geloof, hoop en liefde – Hij die ons nooit vergeet!
Vanuit het Vaticaan, 15 juni 2026
LEO PP. XIV
(c) Foto: Vatican Media